Datacenters, het nieuwe zwarte goud, lokken miljarden naar België

Bron: De Tijd

Thuis videovergaderen, zaken opslaan in de cloud of artificiële intelligentie gebruiken: burgers en bedrijven doen de vraag naar data exploderen. Maar die moet veilig opgeslaan worden, en dus storten infrastructuurinvesteerders zich ook in België op het nieuwe zwarte goud: datacenters.

Aan de Antwerpse Noorderlaan staat een rood gebouw dat eruitziet als een banaal magazijn. Maar het anonieme complex herbergt een zwaar beveiligd datacenter van Datacenter United, een firma gespecialiseerd in de opslag en verwerking van data van andere bedrijven.

In het gebouw bevinden zich grote kamers waarin lange rijen met hoge, smalle ‘racks’ naast elkaar staan. De rekken lijken op de lockers in de kleedkamer van een zwembad, inclusief cijferslot aan de deur. Achter de deur van elk rack steekt een wirwar van kabels en servers. ‘We weten niet wat in elk rack zit’, zegt de verantwoordelijke koeltechnicus tijdens de rondleiding. ‘Wij garanderen enkel de koeling, elektriciteit en security.’

Datacenters zijn al enkele jaren booming business. Door het toenemende thuiswerk, de populariteit van clouddiensten en de opkomst van artificiële intelligentie (AI) zit de vraag naar veilige opslagruimte voor data in de lift. De voorbije maanden volgden de deals en investeringen in Belgische datacenters elkaar in sneltempo op.

In mei opende de vastgoedontwikkelaar Ghelamco zijn eerste datacenter voor de VUB en het UZ Brussel in Zellik. In april kondigde Google de bouw van een nieuw datacomplex in België aan. Eind maart meldde de bank KBC de bouw van twee nieuwe datacenters in Mechelen en Heist-op-den-Berg. ‘Waarvoor is er vandaag geld? Voor logistiek en voor datacenters’, merkte Adel Yahia, de Belgische topman van de beursgenoteerde vastgoedgroep Immobel, recent op in De Tijd.

 

Grenzen aan de groei

Het staat in de sterren geschreven dat de data-infrastructuur de komende tijd explosief zal groeien om de grote vraag aan te kunnen. Volgens een recent rapport van vastgoedmakelaar JLL zullen burgers en bedrijven de volgende vijf jaar dubbel zoveel data gebruiken als alle datacenters wereldwijd de voorbije tien jaar hebben geproduceerd. JLL ziet de capaciteit in datacentra stijgen van 10 zettabyte (1 ZB is 1.000 miljard gigabyte, of een 1 met 21 nullen) in 2023 naar 21 zettabyte in 2027.

De grote Europese datacenters bevinden zich in Dublin en de financiële topregio Frankfurt-Londen-Amsterdam-Parijs (‘FLAP’), die een brede boog rond Brussel vormt. Maar in die kernsteden botsen de datacenters op hun grenzen. Hun gigantische verbruik van energie en – vaak drinkbaar – water voor de koeling leidt tot kritiek, net als het beperkte aantal directe jobs dat ze opleveren.

Vooral in Nederland liggen stroomverslindende datacenters gevoelig, nu het elektriciteitsnet zodanig overvol zit dat duizenden bedrijven er geen toegang meer toe krijgen. Zo besliste de gemeente Amsterdam eind vorig jaar om voorlopig geen nieuwe aanvragen voor datacenters te behandelen. ‘In Nederland worden amper nog datacenters gebouwd, terwijl bedrijven als Google uitwijken naar ons land omdat hier wel nog netcapaciteit is’, zei Chris Peeters, de toenmalige CEO van netbeheerder Elia, vorig jaar in De Tijd.

 

Geheime locatie

Vandaag wordt de enorme groei in datacentra vooral aangevuurd door de zogenaamde hyperscalers. Dat zijn grootschalige complexen van technologiereuzen zoals Amazon, Meta (Facebook), Google, Microsoft en Apple. Ons land herbergt vandaag één hyperscaler: Google in Saint-Ghislain, dicht bij Bergen. Daar bouwde Google in 2010 zijn eerste Europese datasite, die al verschillende keren werd uitgebreid. De techgigant investeerde naar eigen zeggen al 3 miljard dollar in zijn Belgische datacenters. Vorige maand kondigde het technologiebedrijf aan een nieuw datacenter te bouwen in het Henegouwse Farciennes. In de toekomst kunnen nog nieuwe Google-complexen verrijzen in Feluy, ook in Henegouwen, waar Google in 2022 36 hectare grond kocht.

Microsoft is de tweede hyperscaler die zich in België vestigt. Het bedrijf laat momenteel drie Azure-datacentra rond Brussel inrichten, een project van meer dan 1 miljard euro. De precieze locatie is officieel een groot geheim. Maar volgens de vakwebsite Computable komen de drie centra, die met elkaar verbonden zijn via een eigen Microsoft-netwerk, in Zaventem, Ternat en Aalst. Zowel Microsoft als Google motiveert de investering met de verwachte toename van de vraag naar clouddiensten en AI-toepassingen. Terwijl de Waalse datacentra van Google vooral de Europese markt bedienen, wil Microsoft met zijn nieuwe datacenters vooral nieuwe Belgische klanten aantrekken.

 

Ziekenhuizen en overheid

Voor gespecialiseerde uitbaters van datacenters was België lange tijd een kleine en weinig interessante markt. Uit een rapport van de sectorfederatie Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA) blijkt dat de Belgische datacentra een totale capaciteit van 344 megawatt (MW) hebben, wat vergelijkbaar is met het piekverbruik van 86.000 gezinnen.

Volgens BDIA baten ruim 2.000 Belgische bedrijven, vaak ziekenhuizen en overheidsdiensten, hun data-infrastructuur op de eigen site uit. Zo bezit de spoornetbeheerder Infrabel drie datacentra in België, al verhuurt het bedrijf de niet-gebruikte ruimte via zijn dochterfirma TUC Rail aan andere bedrijven.

Terwijl de eigen datacentra tien jaar geleden nog goed waren voor 75 procent van de Belgische datacapaciteit, is hun aandeel vandaag onder de helft gezakt. Almaar meer Belgische bedrijven kloppen namelijk aan bij ‘colocatie’-specialisten zoals Datacenter United. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Google, waar bedrijven digitale diensten gebruiken, wordt bij colocatie een ruimte verhuurd waar bedrijven hun servers kunnen zetten. Maar ook overheden, zoals de VRT, beginnen een beroep te doen op externe datacenters. ‘Elk bedrijf verhuist weleens. Dat is het moment waarop ze bij een extern datacenter belanden’, merkt Laurens van Reijen, oprichter en CEO van de Belgische datacenteruitbater LCL.

“Elk bedrijf verhuist weleens. Dat is het moment waarop ze bij een extern datacenter belanden.” – Laurens van Reijen, CEO Datacenteruitbater LCL

Bovendien lokte de coronacrisis heel wat bedrijven naar externe datacenters om het massale thuiswerk de baas te kunnen. ‘Voor bedrijven was het toen moeilijk om hun lokale datacapaciteit plots op te schalen’, zegt Friso Haringsma, CEO van Datacenter United en medeoprichter van de sectorfederatie BDIA. ‘De bandbreedte was een bottleneck.’ De energiecrisis als gevolg van de oorlog in Oekraïne wakkerde de vraag naar colocatie verder aan. ‘Onze belangrijkste kost is elektriciteit’, legt Haringsma uit. ‘Daar zijn wij enorm mee bezig. De CEO’s en de CFO’s van kleinere bedrijven werden in de energiecrisis plots met een gigantische kost voor hun lokale datacenter geconfronteerd. Wij kunnen hen een vaste prijs per maand bieden.’

 

Vier grote spelers

Vandaag bestaan er in België een kleine 50 colocatiedatacenters, goed voor een capaciteit van 93 MW. Dat is volgens cijfers van BDIA evenveel als de capaciteit van de Belgische Google-centra samen. Maar het is een peulschil in vergelijking met de FLAP-regio. Alleen al vorig jaar werd in Frankfurt voor 135 MW aan nieuwe datacentra opgeleverd, blijkt uit cijfers van de vastgoedmakelaar CBRE.

Vier grote spelers hebben samen driekwart van de Belgische colocatiemarkt in handen. Het Diegemse bedrijf LCL is marktleider met vijf grote datacenters voor een 200-tal klanten. Datacenter United, dat de voorbije jaren meerdere Belgische sectorgenoten overnam, mikt als regionale speler vooral op kmo’s. De telecomoperator Proximus gebruikt zijn datacentra grotendeels zelf, maar verhuurt ook ruimte aan externen. De beursgenoteerde groep Digital Realty bezit na de overname van de Nederlandse speler Interxion drie datacentra in Zaventem. Dankzij zijn pan-Europese aanwezigheid heeft het Amerikaanse bedrijf veel multinationals als klant.

Volgens het jaarrapport van BDIA bestaan in België plannen voor 35.000 vierkante meter aan nieuwe datacenters, goed voor een capaciteit van meer dan 100 MW. Daardoor zou de Belgische colocatiecapaciteit de komende vijf jaar verdubbelen. Zo investeert LCL de komende twee jaar 100 miljoen euro in de uitbreiding van zijn centra in Aalst en Diegem. Datacenter United bouwt een nieuw complex in Kortrijk. AtlasEdge, een joint venture van Telenet-eigenaar Liberty Global en de Amerikaanse groep Digital Bridge, nam in 2021 een eerste datacenter in Zaventem over en bekijkt expansie.

 

Investeerders

Bovendien is de Belgische markt in volle beweging. De beursgenoteerde infrastructuurbeheerder TINC is op zoek naar een koper voor zijn belang van 75 procent in Datacenter United, meldde De Tijd eerder dit jaar. Het Antwerpse bedrijf kan daarbij een waardering van 100 miljoen euro krijgen. Proximus bekijkt de verkoop van zijn drie verouderde Belgische datacentra in Evere en Mechelen.

Intussen strijken de eerste grote buitenlandse infrastructuurfondsen in België neer. Vorig jaar kocht de Australische groep Macquarie (voormalig mede-eigenaar van Brussels Airport) samen met de Vlaamse publieke investeringsmaatschappij PMV de meerderheid van het Nederlandse KevlinX, dat een enorm datacenter van 32 MW in Neder-Over-Heembeek bouwt. EdgeConnex, een bedrijf uit de portefeuille van het Zweedse infrastructuurfonds EQT, bouwt zijn eerste Belgische datacenter in Ternat, hoogstwaarschijnlijk bedoeld voor Microsoft. Ghelamco, de eerste Belgische vastgoedontwikkelaar die zich op datacenters stortte, verkocht zijn complex in Zellik al voor de oplevering aan Penta Infra, een Nederlands private-equityfonds dat een Europees datacenternetwerk uitbouwt. En de pan-Europese speler Etix Everywhere, dat een datacenter in Wallonië heeft, belandde vorige week in handen van het Franse investeringsfonds Infranity.

Daarnaast hebben verschillende grote fondsen met diepe zakken grote ambities rond datacenters. De Australische groep Goodman zoekt naar verluidt al langer een locatie in het Brusselse. De logistieke vastgoedspecialist wil de komende vijf à zeven jaar wereldwijd voor 80 miljard dollar datacentra ontwikkelen. Ook de Canadese vermogensbeheerder Brookfield, eigenaar van het Belgische vastgoedbedrijf Befimmo, en de Amerikaanse investeringsreus Blackstone hebben miljarden dollars munitie voor datacenters klaargezet.

“In het verleden was infrastructuur altijd in handen van de overheid. Datacenters zijn de eerste en de enige waar dat niet het geval is.” – Friso Haringsma, CEO Datacenter United 

Datacenters vormen een interessant doelwit voor grote investeerders. De gemiddelde waarde per datacenter stijgt, en klanten tekenen vaak lange huurcontracten van makkelijk tien jaar, wat investeerders aantrekt. Bovendien kunnen uitbaters de huur, die klanten niet per vierkante meter maar per kilowattuur (kWh) betalen, makkelijk verhogen als gevolg van de enorme vraag en het beperkte aanbod.

‘In het verleden was infrastructuur altijd in handen van de overheid’, legt Friso Haringsma van Datacenter United uit. ‘Datacenters zijn de eerste en de enige dingen waar dat niet het geval is.’ Ook Jeff Hermans, vastgoedadvocaat bij A&O Shearman, merkt een enorme interesse bij investeerders. ‘De realiteit is: datacenters zijn aan het boomen. Punt’, zegt Hermans. ‘Veel partijen zien datacentra als de infrastructuur van de toekomst. Het is een markt van hoge kansen en hoge risico’s. De datacentermarkt zoals die vandaag bestaat, bestond vijf of tien jaar geleden gewoon niet.’

 

Boetes

Toch blijven de risico’s aanzienlijk. Het Nederlandse KevlinX richtte zijn Belgische vennootschap eind 2015 op maar is pas onlangs begonnen met de bouw van de eerste fase van zijn nieuwe datacenter in Neder-Over-Heembeek. ‘Het proces van land en stroom vinden en contracteren, vergunningen, design, aankoop, bouwen, de juiste mensen vinden, kapitaal aantrekken et cetera kost erg veel tijd bij datacenters’, zegt de woordvoerder van KevlinX aan De Tijd.

Bovendien is de bouw erg duur en complex. Een datacenter vormt een soort schelp bestaande uit een eenvoudige doos, die door gespecialiseerde installatiebedrijven als Equans en Cegelec vol servers en kabels wordt gestoken. De centra moeten aan de hoogste voorwaarden voldoen. Sommige huurders leggen contractueel boetes op als de uitbater niet voldoet aan hun eisen rond luchtvochtigheid of temperatuur.

Daarnaast zijn allerlei detectiesystemen en blusinstallaties nodig om het ultieme rampscenario – een brand – te vermijden. Vorig jaar liep een datacenter van Google bij Parijs brand- en waterschade op, waardoor een deel van de clouddiensten plat lag. Twee jaar voordien verwoestte een brand een datacenter in Straatsburg, en waren veel websites niet meer bereikbaar.

Kenners rekenen de totale bouwkost van een datacenter op 10 miljoen euro per MW. Daarbij komt de cruciale glasvezelaansluiting, die makkelijk 100.000 euro per ondergrondse kilometer kost en om veiligheidsredenen vaak via drie of vier verschillende trajecten naar een datacenter loopt. Daardoor bevinden de meeste datacenters zich op plekken waar al veel kabels in de grond zitten, zoals rond de luchthaven van Zaventem.

Maar die goede locaties worden almaar schaarser. Bovendien is er door het groeiende aantal elektrische wagens en warmtepompen concurrentie voor de beperkte netcapaciteit. De Vlaamse distributienetbeheerder Fluvius waarschuwde al dat de komst van nieuwe datacenters een uitdaging vormt voor het middenspanningsnet waarop de middelgrote bedrijven aangesloten zijn. ‘Er is al een grote concentratie van datacenters in Vlaams-Brabant, rond Brussel’, stelde het bedrijf vorige zomer in De Tijd. ‘We moeten daar jammer genoeg soms vaststellen dat we door netcongestie geen nieuwe projecten meer kunnen aansluiten.’ Daardoor botst Brussel binnenkort op dezelfde obstakels als de succesvolle FLAP-regio.

Lees meer

Gerelateerd berichten

Nieuwsbrief

INSCHRIJVEN
NIEUWSBRIEF

Blijf op de hoogte van nieuws, events, updates via onze nieuwsbrief